Eerder: 1.
Na de derde zonde was er even pauze. De loopbaanontwikkelingtrainer
liep naar een tafeltje waarop een iPod stond, met twee boxen ernaast.
Even later klonk er muziek van het type top-zoveel-aller-tijden. Ik
hoopte op Stuck in the Middle with You (‘Clowns to the left of me,
Jokers to the right, here I am’), maar het werd Baker Street.
‘Draai je altijd muziek bij deze workshops?’ vroeg een collega van me
aan de loopbaanontwikkelingtrainer. De meeste van ons hebben ook wel
eens getrainerd, dus we weten hoe het is om een pauze door te moeten
komen. Ik maak zelf meestal een doelloos wandelingetje met een
pseudo-vastberaden tempo en ditto blik. De organisaties die trainers
inhuren hebben doorgaans voldoende ganglengte voor een paar loze
rondjes.
De trainer veerde op en zei dat hij altijd muziek
draaide. Voor de sfeer. Meestal klassiek. O, en de tune van Radio Tour
de France. Op dat laatste kwam geen toelichting en mijn collega vroeg
niet door. Hij was alleen maar voor de aardigheid even bij de trainer
komen staan.
In het toilet stond ik naast onze jongste promovendus. Het was me
opgevallen dat de jongen oplettend had gekeken, aantekeningen had
gemaakt, een vraag had gesteld en af en toe knikte of een wenkbrauw
optrok – iemand die reageert; de droom van elke trainer.
‘Wat vind je ervan, tot dusver?’ vroeg ik. Onze urine klaterde synchroon tegen het porselein.
‘Ik vind de muziek het hoogtepunt van de ochtend,’ antwoordde hij.
We gingen verder met Zonde 4: ‘Wachten op de doorbraak.’ Je kon
natuurlijk wachten tot je een ons woog, je moest het zelf doen. Het
duurde ongeveer een half uur om dat uit te leggen.
Zonde 5 was: ‘Doe niet waar je goed in bent.’
‘Ja, dat klinkt misschien een beetje raar,’ zei de
loopbaanontwikkelingtrainer. ‘Maar de meeste mensen doen wat ze goed kunnen, niet wat ze echt willen.’
O ja. Wat we echt willen is heel belangrijk en daar moeten we nog meer over nadenken. Als we er nog iets harder over nadenken, kunnen we middelgrote voorwerpen laten zweven – loopbanen, glijbanen, hondenbanen. Puur op concentratie.
De trainer flipte het blad over van de flipover. Daar stond Zonde 6 in
viltstif geschreven: ‘Er wordt voor mij gezorgd.’ De onderste helft van
het flipoverblad was met een stukje plakband dichtgevouwen.
‘Nou, over deze zonde kan ik kort zijn,’ zei de
trainer. Hij wachtte even betekenisvol. Toen trok hij het plakbandje
los. Op de onderste helft stonden ‘Forget It!’ in kleurige
barbapapa-letters. Dat vereiste een toelichting van een kwartier –
relatief kort, inderdaad.
De laatste zonde was: ‘Loopbaanontwikkeling is een ernstige zaak.’ Ik
las hem nog een keer. ‘Loopbaanontwikkeling is een ernstige zaak.’ Of
de loopbaanontwikkelingtrainer nam ons allemaal te grazen met een
paradox die onze gedweeë houding bekritiseerde; of hij kon niet
formuleren.
Om half vijf was de pervertering van het zondebegrip compleet. We waren
klaar. Iedereen ging weg met de indringende boodschap dat het zonde is
als je niet genoeg aan jezelf en je loopbaan denkt. Het is een ernstige
zaak, immers. Ik noteerde als zonde dat ik te laf was geweest om weg te
gaan.
Achterin het kleine boekje stond een copyright-tekentje gevolgd door acht puntjes.
‘Op die puntjes kunnen jullie je eigen naam invullen,’ zei de
loopbaanontwikkelingtrainer. Hij knikte naar ons, als een vader die de
sleutels van de BMW aan zijn zoon overhandigt. Toe maar.
Voorop het boekje stond: ‘7 Zonden van je loopbaanontwikkeling TM’
De rest van het boekje was nagenoeg leeg. Op zeven pagina’s in het
midden stond steeds het woord ‘Zonde’ met daaronder een groot cijfer.
Op andere pagina’s waren kopjes gedrukt. ‘De vraag.’ Of: ‘Het
voornemen.’ Of: ‘De suggesties.’
Het zou een belangrijke dag worden.
We kregen een paar minuten om iets in te vullen onder het kopje: ‘De
vraag.’ Iets waar we mee worstelden in onze loopbaan. Er schoot me geen
vraag te binnen. Dat viel onder het kopje ‘Weerstand,’ vermoedde ik.
Het was een beetje droevig. Ik vond mezelf te jong om geen vragen meer
te hebben. Misschien was het toch te laat geworden, de voorafgaande
nacht.
‘Kijk,’ zei de loopbaanontwikkelingtrainer. Hij hield zijn handen voor
zijn borst, de vingertoppen tegen elkaar. ‘Een deel van waar we het
vandaag over gaan hebben, hebben jullie misschien al eens gehoord. Maar
we staan er vaak niet bij stil. We nemen niet de tijd voor om eens
rustig na te denken over waar we staan en wat we nu eigenlijk willen in
onze loopbaan. Daarvoor is vandaag. Omdat het goed is om eens wat
uitgebreider stil bij te staan bij dit soort vragen.’
Het grote zelfmedelijden was begonnen. We hebben het zo zwaar dat we niet eens meer aan onszelf denken.
Was het maar waar.
Iedereen die ik ken, mezelf incluis, doet niet anders dan nadenken over
zichzelf en wat we nu eigenlijk willen. Lekker prevelen in de echoput
van de eigen begeerte.
Ik zat nog steeds met mijn potloodje in de aanslag voor mijn vraag, in
de hoop mezelf te verrassen. De loopbaantrainer zei dat we de eerste
Zonde zouden gaan beginnen. Ik sloeg om naar het blaadje waarop stond
Zonde 1.
Het klonk hoopvol. Met zonden kan ik beter uit de voeten.
(verder)
Eerder: 1, 2, 3.
Je
moeder heeft recent gedacht dat je het loodje had gelegd. Op dat moment
zat je vader te zuipen in de Gevrey-Chambertin – het wijngebied waar
Napoleon zijn wijnen betrok voor de Russische campagne. Ik hoorde het
relaas pas na terugkomst uit het wijngebied, maar dit soort zaken laat
je sowieso over aan professionals.
Professionals, dat zijn
mensen waaraan iets wordt overgelaten. Het zoeken van waarheid,
bijvoorbeeld, dat wordt overgelaten aan je ouders en een boel andere
wetenschappers. Evenals het opleiden van de diverse jeugdachtigen. Voor
zover mogelijk.
De belangrijkste tactiek waarmee professionals
hun status verwerven is door ergens een lapje grond af te bakenen en te
monopoliseren. Wetenschappers hebben het monopolie op het begrip
‘waarheid,’ bijvoorbeeld. Ze gunnen een minderwaardig strookje waarheid
aan de religieuze professionals, maar dat is meer uit desinteresse dan
goedgeefsheid.
Ook diverse delen van jouw bestaan worden
gemonopoliseerd door mensen die daarmee professionals willen zijn. Zo
is er de aanstaande bevalling. Bevallen is de tamelijk gebrekkige
manier waarmee jij ter wereld hoopt te komen – ontworpen in een tijd
dat moedersterfte niet hoog scoorde op de lijst van ontwerpeisen voor
diersoorten. De Duitsers hebben er een beter woord voor: entbinden – dat mag je inderdaad lezen als ontbinden.
Er
waren eens mensen zonder opleiding en status. Hun belangrijkste
verdienste in het leven was dat ze zich wel eens ontbonden hadden. Toen
vonden ze het woord ‘ervaringsdeskundige’ uit en besloten dat hun
ontbinding genoeg was om zichzelf professional te noemen. Je moeder
viel afgelopen week in handen van zo iemand. Ze gaf een cursus
zwangerschapsyoga.
Op de eerste bijeenkomst wilde je moeder een
paar dingen vragen. Dat bleek echter niet de bedoeling. Na een paar
vragen had de mevrouw het professionele oordeel over je moeder gereed:
ze toonde weerstand. Een beetje professional heeft twee of drie
oordelen die altijd van toepassing zijn – om zonder overmatige
inspanning de niet-professionals uit te schakelen. De
zwangerschapsyogamevrouw had er alvast één, dus ze was een flink stuk
op weg. Overigens toont je moeder inderdaad stevige weerstand. Ik mag
hopen dat dat zo blijft.
Aan het einde van de proefles gaf je
moeder aan dat ze misschien toch afzag van de cursus. Ze zou nadenken
en dan nog contact opnemen. Een paar dagen later liet ze een beleefd
bericht achter bij de mevrouw dat ze inderdaad afzag van de cursus. De
mevrouw belde je moeder boos terug en zei dat ze weerstand toonde, dat
ze bang was voor de bevalling en dat het echt niet hielp om het hoofd
in het zand te steken.
Je moeder zei dat ze in een prenatale
depressie was geschoten. ‘Bestaat dat?’ vroeg ik. Je moeder wist zeker
dat ze met Google hits zou vinden op die term. En inderdaad. Met dank aan diverse ervaringsdeskundigen.
Een voordeel
van dit soort ervaringen is dat je vader veel beter in contact komt met
zijn agressiviteit. Dat kon hij vroeger moeilijk oproepen, boosheid en
agressiviteit, maar zijn weerstand er tegen wordt gelukkig steeds
minder.
Maar wat ik eigenlijk wilde vertellen: er ligt een fles
Gevrey-Chambertin voor je klaar. Als je de drankgerechtigde leeftijd
hebt bereikt is die magistraal op dronk.