Ik zei dat ik nog onverwerkte emoties had.
Toen ik hoorde wat ik had zojuist gezegd, grijnsde ik voor de zekerheid.
D. en W. knikten ernstig.
Als je net vader bent geworden, is niemand geďnteresseerd in ironie.
Bovendien had ik echt onverwerkte emoties. Al weet ik niet precies wat
onverwerkt betekent. Laten we zeggen dat ik emoties had. Ik bedoel maar.
Mijn wijsvinger krabde even aan het logo op het bierglas. Het liet niet los.
De eerste keer was nadat de VIHB een uur of zes hevige weeën had doorgeslikt. Ze zei
niets, maar haar blik zakte weg. Ze keek me aan alsof ze onder water
glipte en niemand haar vasthield. Er verzamelde zich vocht in mijn
ogen. Ik keek naar de VIHB. Ze huilde niet. Dus ik ook niet. We kunnen
niet huilen als het er op aan komt.
Gelukkig zijn er drugs.
In de zes uur weeën die volgde na de drugs, keek ik een stuk of tien afleveringen van Friends op de laptop. De VIHB wilde niet meekijken.
‘Nee, bedankt,’ zei ze. Ze staarde dromerig naar de witte muur tegenover het bed.
Op de achtergrond tokte zachtjes de hartslag van Vera – 150 bpm.
De tweede keer was toen ik door een smal raampje keek hoe de VIHB werd
opgebaard op een operatietafel. Er kwamen acht draden uit diverse delen
van haar lijf. Een mevrouw in een groen pakje en een monddoekje was
bezig een stukje schaamhaar weg te scheren. Een andere mevrouw in een
groen pakje en een monddoekje stond een groot deel van het onderlijf in
te soppen met jodium.
Er waren tien mensen in groene pakjes. Plus ik. Plus
een mevrouw van de kraamafdeling die zich speciaal met mij bezighield.
Ze stond naast me achter het raampje en vertelde wat iedereen deed. Een
van de groenepakjesdragers heette de Achtervang. Ik vergat te vragen
welke opleiding je daar voor moest doen.
Het was een angstaanjagend mooi gezicht – tien
mensen in groene pakjes rondom het helverlichte lijf waar ik van hou.
Een man zette met een viltstift een paar kruisjes en een streep op de buik van de VIHB.
De derde keer was toen ik met Vera terugkwam in de operatiekamer. Ik
was meegelopen met de verpleegster die Vera naar de kinderarts bracht
in het kamertje ernaast.
Ik had de navelstreng doorgeknipt. Dat kwam zo: Er werd me een schaar in de handen gedrukt.
De kinderarts keurde alles goed en ik mocht met Vera terug naar de VIHB.
Ik boog voorover en toonde het pakketje aan het hoofdeinde van de operatietafel.
‘Hier is ze,’ zei ik.
‘Ja,’ zei de VIHB.
Het zou een goed moment zijn geweest om te huilen.
Maar ja.
Een half uurtje later zat ik alleen met Vera in een schemerig kamertje.
De VIHB moest nog dichtgenaaid worden. En dan nog een keer
dichtgenaaid. En dan nog een keer. Daarna ging ze naar de intensive
care.
Het was stil, in het kamertje waar Vera en ik zaten.
Af en toe zei ik wat tegen haar. Het werd ter kennisgeving aangenomen.
Ik bedacht dat het nu, zonder publiek, met goede
afloop, een fijn moment zou zijn om eens wat oogvocht af te voeren.
Maar ja.
Een uur of twee, drie later werd de VIHB het
kamertje ingereden waar Vera en ik zaten. Daarna moest ik naar huis. Ik
had het gevoel door God en iedereen verlaten te zijn. Nou was God al
een poosje weg, maar het werd nu pas vervelend.
De dag erna nam de logistiek alles over. Dat was fijn.
De VIHB herstelde snel.
Ze zei dat ik het goed had gedaan.
‘Hm,’ zei ik. ‘Een paar massages en een paar seizoenen Friends.’
‘Ja, het was heel goed dat je die bij je had.’
‘Echt? Je hebt geen enkele aflevering gekeken.’ Mijn plan om
de VIHB suf te amuseren gedurende de eerste uren had ongeveer vijftien
minuten stand gehouden. Nadat ze voor de vierde keer de zelfde vijf
pagina’s van Harry Potter had gelezen, werd het amusementsprogramma
voor onbepaalde tijd opgeschort.
‘Nee, maar jij hebt ze gekeken,’ zei ze. ‘En dat was
fijn. Jij zat daar rustig te kijken, ik hoefde me niet druk te maken om
jou.’
Dames en Heren, mijn bijdrage aan de bevalling van mijn Vrouw: ik keek tien afleveringen Friends.
W. en D. sms’ten vanuit de kroeg. Als ik wilde kon ik nog aanschuiven.
In het ziekenhuis liep het bezoekuur voor partners ten einde. Ik zei
tegen de VIHB dat ik nog even naar de kroeg wilde. Misschien dat
alcohol zou helpen. Maar nee.
Enfin. Zeventig reacties later moet ik constateren dat vaderschap een
vorm van monomanie is – en helaas geen onderhoudend soort monomanie.
Tunnelvisie. Het maakt het leven klein en spannend. Maar het laat zich
niet generaliseren. Voor toeschouwers blijft een tunnel een tunnel.
Ik had me voorgenomen om zo snel mogelijk weer over iets anders dan
voortplanting te schrijven. Zo snel mogelijk blijkt langer dan een week.
Eerder: 1,
2, 3, 4, 5, 6, 7.
Dit is de laatste dag van mijn leven dat ik niet vader ben. Of de een
na laatste dag – in het licht van de dertienduizend voorafgaande dagen
wil ik daar vanaf wezen.
Wat ik bedoel is: dit is de tijd van onomkeerbaarheid. Jij bent de
eerste mens die ons alleen zal kennen als vader en moeder. Drie
vreemden, vastgeketend aan een idee. En een bloedband, zeggen sommige
mensen dan – maar dat is hetzelfde.
Soms ketenen milieuvrienden zich uit overtuiging vast aan een
spoorlijn, bijvoorbeeld om een trein met radioactief afval tegen te
houden. Maar even overtuigd gaat iedereen om vijf uur weer naar huis.
Of iets later, als een van de milieuvrienden zich verslapen had of de
cameraploeg niet op tijd was. Een overtuiging is mooi, maar het moet
wel praktisch blijven.
Ik realiseer me nu pas dat wij drieën het domein van het praktische
definitief hebben verlaten. Het is onwennig. Ik heb geen aanleg voor
het onbekende.
Mijn moeder, jouw oma, vertelt nog steeds het
verhaal hoe ik als jongetje niet verder mocht dan de hoek van de
straat. Ik ging nooit voorbij die hoek. Mijn iets jongere broer ging af
en toe voorbij de hoek en moest dan teruggeroepen worden uit de
volgende straat. En mijn jongste broer was regelmatig halve dagen zoek.
Ze hebben hem wel eens in een ander dorp moeten ophalen.
Soms zie je iets maandenlang, een leven lang, aankomen – en ben je toch
verrast als het zo ver is. Voor iemand die soms bang is nooit meer
verrast te worden, is dat goed nieuws.
Tot zo.
Op de hoek van de straat stond een groepje kaalgeschoren en
gemillimeterde jongens. Zwarte bomberjacks, zwarte militaire broeken,
zwart schoeisel. Op de rug van het jack was een witte slogan
geborduurd, maar ik was nog te ver om ‘m te lezen.
Eentje stond te gebaren – de rest keek. Een paar hadden de handen in de
zakken, de heupen schuin, op een been leunend. De gebarende jongen
zwaaide van links naar rechts met een opengesperde hand – daaro
moest iets gebeuren. De anderen keken. Hij leek te zwaaien naar het
conservatoriumgebouw. Veel geestdrift zat er niet in. Een donker meisje
met een cello liep langs hen, geconcentreerd pratend in een mobieltje.
Ik remde vlak voor het groepje, om af te slaan naar het ministerie.
Toen pas kon ik het borduursel op de rug van de aanvoerder lezen. In
een zwierig lettertype stond: De Glazenwasser.
Ergens op kantoor had een marketingfiguur met behulp van powerpoint
betoogd dat een huisstijl onderscheidend en toch herkenbaar moest zijn.
Hij kon tevreden zijn.
De wereld is een antwoordbaak, sinds de VIHB zwanger is. Mensen leveren zelf bijbehorende vraag.
‘Waar jij naar ziekenhuis gaan?’ vroeg onze Indiase schoonmaakster.
De VIHB zei dat we bij het Westeinde zaten.
‘Waarom jij niet bij Bronovo? Veel beter. Westeinde is niet goed.’
‘Wat is er mis met het Westeinde?’
‘Daar zijn viel te viel buitenlanders.’
Vrouwen leveren ervaringen en meningen, mannen leveren logistiek advies. Hoe je wanneer wat moet doen.
Ooit dachten mensen dat de filosofie de grote
levensvragen zou beantwoorden, maar het blijkt de logistiek te zijn. In
ieder geval voor dertigers.
Logistiek is het antwoord op het grote zelfmedelijden. Een baan, een
gezin, de matige prestaties van de favoriete voetbalclub. Wat moet ik,
wat wil ik. Ik moet nog hinkstapspringen op de maan. En nog wat jatten
van een Italiaan.
Als er zoveel te doen is, wordt efficiëntie een
synoniem voor zingeving. Ik zie vrienden opbloeien als ze kunnen
vertellen hoe slim ze nu weer iets hebben geregeld.
Ik doe het zelf ook. Alles wordt een optimalisatievraagstuk. Aangeboden
informatie wordt gescand en onmiddellijk van een advies of oplossing
voorzien. Als de informatie te langzaam doorkomt of er herhaling in
zit, dwaal ik af. Ga ik in gedachten andere dingen optimaliseren. Als
je een hamer hebt, ziet de hele wereld er uit als een spijker – dat is
een van de nuttigste uitdrukkingen die ik van mijn studie heb
overgehouden.
De VIHB was vandaag gedetineerd in het Westeinde. Ze belde op dat de
medische staf overwoog om haar op te nemen en morgen de bevalling in te
leiden. Het duurde even voor ik die informatie verwerkt had. Daarna
begon ik uit te rekenen hoelang het zou duren om twee seizoenen van
Friends op de laptop te zetten die meegaat naar het ziekenhuis.
Ik heb me voorgenomen de VIHB ongans te amuseren gedurende de weeën.
Tijdwinst is alles. Harry Potter deel zes zit ook al in de
ziekenhuistas.
Maar het bleek loos alarm. Toen er na drie uur eindelijk een echte
dokter aan te pas kwam – die zijn schaars in het Westeinde, maar ik kan
zo snel geen causaal verband leggen met het aantal buitenlanders – vond
deze dat we nog wel even konden wachten.
Daarover moesten we natuurlijk praten, na afloop. De VIHB zag me al
afdwalen. De informatie was bekend, de benodigde handelingen bepaald.
De optimalisatiemachine maalde verder over iets anders. Ik geloof op de
bobbel die in de houten vloer was ontstaan.
De VIHB zei dat er na de geboorte wellicht een poos lang over de bevalling gepraat moest worden.
Ik knikte.
Ze zei dat het er dan niet toe zou doen of we het er al over hadden gehad.
Ik knikte en lachte en zuchtte.
Ze had het uitknopje gevonden.
Iemand schreef dat hij haast zou zeggen: homo. En dat zijn moeder
helaas nooit had gezegd 'wat je begint, moet je afmaken.' Want dat zou
nu toch verdomd toepasselijk zijn geweest.
Dit is precies het soort retoriek waar ik gevoelig voor ben. Dus speciaal voor L.: de integrale versie van Zoet donker bier.
Ik selecteerde een passage voor de volgende aflevering van Zoet donker bier. In de passage kwamen de woorden ‘bier’ en ‘lachen’ vaak voor. Herhaling schijnt ook een stijlfiguur te zijn.
Maar mij verveelde het vooral. Zoet donker bier is een tamelijk
vervelend verhaal, blijkt. Er zit nog een aardig slot aan, met een
tragische vaderfiguur, maar ik had geen zin meer om door te lezen. Dus
dat ga ik ook niet van u vragen.
Morgen weer een gewoon stukje. Over voortplanting of daaromtrent.
(Is het al zo ver? Nee, het is nog niet zo ver.)