Voor de liefhebber, de column voor L1 Radio van deze maand. Gebaseerd op onderstaand stukje, maar dan in de Originalfassung.
Ik was om vijf uur opgestaan om een lezing af te maken over mijn onderzoek naar internetcriminaliteit. Vlak voor ik naar de conferentie vertrok waar ik de lezing zou houden, deed ik een hazenslaapje van enkele minuten. Ik droomde over robots die opruimden en reparaties uitvoerden terwijl ze geruststellende geluidjes voortbrachten.
Na afloop van de lezing zei een toehoorder: ‘Leuk verhaal. Een soort infotainment.’ Ik besloot het als een compliment op te vatten.
De zomerpauze is voorbij, ik heb een nieuwe column opgenomen voor L1 Radio. Ik begon met het stukje over Phantasialand, maar L1 had recht op iets beters.
Vanavond zit ik in een live-uitzending van Kassa. Mijn vrouw vroeg of ik opgemaakt zou worden. Ik zei dat ik het niet wist. ‘Ik hoop van wel,’ zei ze.
In de gang van de school stond een vader van een vriendinnetje van mijn dochter. ‘Was het weer niet goed allemaal?’ zei hij tegen me.
Hij doelde op een uitzending van het NOS Journaal van afgelopen vrijdag. Ik had commentaar gegeven – ‘een stukje duiding,’ noemde de redacteur het – op de ontdekking van een slecht beveiligde database met medische informatie.
De vader van het vriendinnetje bracht mijn commentaar terug tot zijn kern: het was weer niet goed allemaal. Ik heb nu een kleine tien keer in een nieuwsprogramma opgetreden. Inmiddels is duidelijk: het onderwerp maakt niet uit, de behoefte waarin ik voorzie is steeds dezelfde.
Als nieuwsredacties zeggen dat ze deskundig commentaar nodig hebben, dan bedoelen ze: gediplomeerde afkeuring.
‘De dronken oliebol wil even knuffelen,’ zei mijn vrouw terwijl ze tegen me aankroop. Ze verwees naar een eerder stukje.
Ik zei dat ze beter moest lezen. ‘Jij bent niet de oliebol, de activiteit van het knuffelen is de oliebol.’
‘Hm.’
‘Maar ik ben blij dat je je niet laat ontmoedigen.’
‘Wie zei dat ik me niet laat ontmoedigen?’ vroeg ze. Toen ging ze tandenpoetsen.
Vanavond ben ik in De Bonbonnière in Maastricht om deel te nemen aan een debat over "Het onbehagen in Limburg". Er is een bonte schare sprekers opgetrommeld, waaronder de verguisde Cor Bosman, met wie ik onlangs een boeiend interview las. De sprekers gaan in een strak format de discussie aan met elkaar en met de zaal. De toegang is gratis, maar ik heb geen idee of er nog kaarten zijn. Voor ik afreis, ga ik nog een rekwisiet kopen. Een debat is een vorm van theater, tenslotte.
Ik keek Margin Call, een film die losjes gebaseerd is op de ondergang van de Lehman Brothers. Halverwege viel ik in slaap, maar dat gebeurt me tegenwoordig bij elke film. Wat me intrigeerde was dat de personages eigenlijk geen keuzes maken, maar hun handelen zien als het eenvoudigweg afwikkelen van het onvermijdelijke. ‘We have no choice,’ was de diagnose. Ik vermoed dat die diagnose grotendeels klopt. Een onbehaaglijk vermoeden.
Toen ik de onderzoeksaanvraag had ingediend, voelde ik een beetje opluchting, maar vooral een enorme behoefte om boodschappen te doen. Alsof dat was wat de afgelopen weken aan mijn leven had ontbroken: boodschappen. In mijn hoofd had zich een rommelige verzameling goederen opgehoopt die nodig moesten worden aangeschaft. Het was geen lijst, dat veronderstelt overzicht. Bij het verlaten van een winkel herinnerde ik me steeds iets dat me weer naar een andere winkel voerde. Uiteindelijk moest Jules op het voorzitje, omdat de fietskar gevuld was met dozen wijn, pakken luiers, een voordeelverlpakking vochtige doekjes, dekens, al dan niet met dierenopdruk, en broden. De rest vervoerde ik in een rugzak en op het achterzitje. Op een gegeven moment viel Jules in het zitje in slaap. Toen brak ik de tocht af om haar naar huis te brengen. Op het laatste stuk typte ik al fietsend een email aan mezelf met het boodschappenlijstje dat ik aan mijn vrouw zou geven.
Dear Zachery is een Amerikaanse documentaire, of eigenlijk: een eerbetoon aan een man die vermoord wordt door een gestoorde geliefde. Die geliefde vlucht vervolgens naar Canada en blijkt het kind te dragen van de man, waarna diens ouders proberen voogdij over het kind te krijgen. De film is bijzonder effectief in het betrekken van de kijker bij de tragedie die zich ontvouwt. Er is geen ironie tegen opgewassen, terwijl je beseft gemanipuleerd te worden. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst in tranen een film heb gekeken. En dan weet je als kijker niet eens dat de echte schok nog moet komen.
De film eindigt in een pleidooi voor bepaalde hervormingen waarvan het onbegrijpelijk lijkt dat ze niet worden doorgevoerd. Wanneer je iets weet van het openbaar bestuur, kun je bedenken dat het wel eens beter kan zijn dat de hervorming faalt. Hoe naar dat ook lijkt. Herstel: is.
Soms hoor je de verzuchting dat burgers zich machteloos voelen. De suggestie is dat het niet zou hoeven, dat het een gebrek aan kennis is. Maar er zijn hele vakgebieden in de greep van de machteloosheid. Waaronder het mijne.
Er zijn dappere volhouders die nog wel eens een reactie op dit weblog achterlaten, alsof Twitter en al die nieuwewetse uitvindingen nooit gedaan zijn. Hulde aan jullie. Alleen voor dit selecte gezelschap de volgende mededeling: de anti-spam-vraag is veranderd. Laat je niet van de wijs brengen. (Er was een spammende webwinkel die het antwoord op de vraag aan zijn robots had gevoerd, vandaar.)
In de sauna valt op dat het menselijk lichaam de creatie is van een vijftigjarige vrouw die net een cursus Klei en Verdriet is begonnen.
Vorige week is het nieuwe VakantieDoeBoek van Hans Ubbink uitgekomen. Mijn bijdrage, Ikaria, is hier te lezen (PDF). (Inderdaad, het is een bewerkte versie van dit stuk.)
De bijdrage wordt vergoed in natura, dat wil zeggen, met kleding van Hans Ubbink. Zonder dat ik daartoe aanleiding had gegeven, zei mijn vrouw: ‘Lief van je dat ik kleren van Hans Ubbink mag uitzoeken.’
Ik vertelde dit voorval aan een vriend. Hij zei: ‘Het is belangrijk dat je vrouw profiteert van je schrijfactiviteiten.’ Dat vond ik een waardevolle observatie.
Een dienstmededeling: Omdat nieuwe stukjes nogal onregelmatig verschijnen, zal ik updates vanaf nu doorgeven via Twitter: @bijzinnen.
Na afloop van een congres raakte ik gesprek met twee Delftse studenten die ik niet eerder had ontmoet. Ze kwamen er achter dat ik ook uit Delft kom. Vroeg een van hen: ‘Wat studeer je dan?’
Toen ik in de lach schoot, zei hij: ‘O, wacht, ben je misschien net afgestudeerd of zo?’
Een taxi bracht me van station Zwolle naar mijn afspraak. De taxichauffeur zei laconiek: ‘Na drie maanden wist ik dat een taxi rijden niets voor mij was. Dat was tien jaar geleden.’
Even later zei hij: ‘Ik ga bijna met pensioen, dus het wordt langzaamaan tijd om iets anders te vinden.’
Niet iedereen is belast door de obsessie met geluk.
Vrijdagmiddag verzorgde ik een lezing over internetveiligheid bij de Rijksacademie voor Financiën.
Een van de aanwezigen was Coen Teulings, de directeur van het Centraal Planbureau. Hij gaf me een hand, bekeek me van top tot teen en zei toen tegen de organisator: ‘Mensen die zich met internet bezighouden zien er altijd een beetje raar uit.’
Ik droeg een donkerbruin pak met daaronder een lichtgeel overhemd en gele das. Die combinatie had ik nooit eerder aangehad. Ik had een klein geluksmoment beleefd toen ik mezelf die ochtend in de spiegel had bekeken.
‘Beter dan dit wordt het niet,’ zei ik.
‘Nee, ik zie dat je erg je best hebt gedaan,’ zei Teulings.
Niet iedereen maakt mooie bochten met de Segway: "The multi-millionaire owner of the Segway company died in a freak accident yesterday when he rode one of the high-tech two-wheel machines off a cliff and into a river."

